Van ‘blog.Friese merklappen’ naar www.friesemerklappen.nl

Afgelopen zaterdag heeft Saskia Bak, directeur van het
Fries Museum, in een volle zaal van Tresoar in Leeuwarden het startschot
gegeven voor de website Friese merklappen.

Hieronder enige impressies van de dag.

merklapspreekuur

Merkwaardig

Er zijn ongeveer veertig Friese oude en nieuwe merklappen
van particulieren gescand, om op de site te zetten. Nu is het herfstvakantie,
over een week of twee staan ze er allemaal op.

Alle blogs van deze site zijn intussen ook op de nieuwe website
geplaatst. Voortaan zullen Martha Kist en ik onze nieuwste vondsten melden op www.friesemerklappen.nl onder ‘Artikelen en Actueel’. U zult merken dat er nog wat gesleuteld wordt aan de site, we zijn nog met de ‘inrijperiode’ bezig.

Reacties zijn van harte welkom op de nieuwe site.

Log in, meld u aan en doe mee, voor uw plezier en voor het vergroten van uw en onze kennis. Om nog beter zicht te krijgen op de familiegeschiedenis. Om u te laten inspireren
door de honderden grote en kleine traditionele motieven met alle variaties in
kleur. Uit respect voor al die kleine meisjes die met het maken van een merklap
ook geduld leerden oefenen!

Gepost in Geen categorie | Getagged , , | 3 Reacties

15 oktober: de Grote Merklappendag

Eindelijk is het dan bijna zo ver: de Grote Merklappendag. Op deze dag zal onze website online gaan. Merklapliefhebbers kunnen nu 444 lappen van het Fries Museum bekijken en erop reageren. Maar wat nog veel belangrijker is: vanaf 15 oktober kunt u zelf uw eigen lap op de site plaatsen en zo met elkaar over merklappen en familieonderzoek in contact raken.

Bent u niet zo handig met de computer of wilt u kennismaken met allerlei verenigingen die zich bezighouden met merklappen en genealogie? Kom naar de Grote Merklappendag en laat uw eigen merklap scannen door Tresoar. Neem uw verhaal mee op een USB-stick en de lap met info worden door ons voor u op de site gezet. Graag wel even aanmelden via info@tresoar.nl of 058-7890789.

Voor het programma van de Grote Merklappendag verwijzen wij u naar de websites van Tresoar (onder agenda) en Fries Museum, en natuurlijk onze flyer:

 

 

Gepost in Geen categorie | 4 Reacties

Schoonschrijven en een fraai geborduurde merklap

Afgelopen woensdag hadden we in het Fries Museum een bijeenkomst met een groep vrouwen, die we graag zien als toekomstige gebruikers van de website. Aan de ene kant omdat ze vanuit het handwerken belangstelling hebben voor merklappen, aan de andere kant uit genealogische belangstelling. Het was fijn van hen zoveel reacties te krijgen op onze eerste opzet. Die zetten we nu in om alles zo goed mogelijk aan te passen. Per slot van rekening moet de website – waar deze blogs een onderdeel van worden – op 15 oktober a.s. officieel de lucht in! 

eerste blik op de website Friese merklappen

Van een van de aanwezigen ontving ik belangrijke informatie over de herkomst van de spreuken op de Biedermeier merklap, waar ik onlangs over schreef. Op internet vond zij een link, waarin dezelfde spreuken aan de orde komen: in een schrijfschriftje uit 1835 van een jongen van een jaar of twaalf op Vlieland!

Het artikeltje erover is al in 1951 geschreven. Onder de titel: ’s Weerelds Loop, staan precies dezelfde spreuken, maar in een totaal andere volgorde.  Het geheel wordt in het schriftje afgesloten met de tekst: Geduld overwint alles. Grijpt de tucht aan en bewaartse want zij is uw leven…

Het is een verzuchting van alle tijden.

Op dit moment heb ik nog niet de gelegenheid gehad om de schrijfschriftjes met voorbeelden in het Fries Museum te bekijken. Misschien vind ik daar wel dezelfde tekst in terug. Het is eigenlijk ook wel logisch dat dergelijke voorbeelden niet alleen gebruikt zijn om ‘schoon’ te schrijven, maar ook om fraai te borduren.

Gepost in Geen categorie | Getagged , , , | Plaats een reactie

Van Wolvega naar Aldeboarn en weer terug

We gaan nog even terug naar de rustende jager. Eigenlijk had ik mazzel dat S.C. haar borduurwerk in 1852 heeft gemaakt. Vanaf 1850 zijn er bevolkingsregisters bijgehouden in de meeste Friese plaatsen, zo ook in Aldeboarn. Ze zijn op microfiche raadpleegbaar in de studiezaal van Tresoar. En natuurlijk had ik geluk met een achternaam die met C begint, daarvan zijn er maar een paar. Mijn eerste ingang was overigens niet het bevolkingsregister, maar de dagboeken van Lieuwe Jans de Jong, boer onder Aldeboarn, die tot zijn dood in 1855 een uitgebreide kroniek heeft bijgehouden. In de namenindex kom je dan al gauw onder de letter C bij Cancrinus uit. Want dat is de naam van de maakster, Sjoukje Cancrinus.

Met de gegevens uit het bevolkingsregister kunnen we meteen al heel wat gewaar worden over Sjoukje en de totstandkoming van haar borduurwerk. Sjoukje werd in 1829 in Heerenveen geboren als dochter van Pieter Johannes Cancrinus, uurmaker, en Janke Johannes van der Zee. Het gezin verhuisde daarna naar Aldeboarn. Vanaf 1850, het begin van het bevolkingsregister, wordt Sjoukje vermeld als dienstmeid in het gezin van ds. Arjen Buwalda van Holkema en Trijntje Stam. Zij hadden drie kinderen. Sjoukje woonde bij hen in, evenals gezelschapsdame Aafke Ypma. Sjoukje was al 23 jaar toen ze dit borduurwerk maakte. Waarschijnlijk heeft ze van haar mevrouw of van de gezelschapsdame het patroon van de rustende jager gekregen en van hen borduren geleerd. In het eenvoudige milieu waarin ze was opgegroeid heeft ze hiervoor vast nooit de kans gehad.

Sjoukje staat onderaan op deze blz. uit het bevolkingsregister

Als Sjoukje haar werkstuk in de loop van haar leven altijd meegenomen heeft, dan heeft de rustende jager heel wat interieurs van binnen gezien. In 1859 verliet Sjoukje Aldeboarn en aanvaardde een betrekking in Wormerveer, in navolging van Aafke Ypma. In 1873 woont Sjoukje weer in Aldeboarn. In dat jaar trouwt ze met Meeuwes Jans Wieten, een weduwnaar van 59 jaar oud. Hij dreef een bakkerij annex winkel en herberg in Finkum, een dorp op de klei tussen Leeuwarden en Hallum. Heeft de rustende jager in de gelagkamer van de herberg door de tabaksdampen zijn bruine kleurtje opgelopen? Wie zal het zeggen.

Uit de Leeuwarder Courant van 8 december 1885

Tenslotte verhuisden Sjoukje en misschien ook haar jager nog een laatste maal. Na het overlijden van haar man in 1885 verkocht ze de bakkerij en ging in Wolvega wonen. In het notarieel archief onder ‘Direct naar’ zijn de originele akten terug te vinden. Toevallig blogde Gieneke vorige week over een lap die ook uit Wolvega kwam. Daar overleed Sjoukje in 1915. Wat er toen met de rustende jager is gebeurd, weten we niet. Gelukkig hangt hij nu veilig op zuurvrijkarton in de plaats waar het verhaal is begonnen.

Gepost in Geen categorie | Getagged , , , , , | Plaats een reactie

Biedermeier merklap met spreuken

Geen rustende jager, maar wel een met wol geborduurde merklap met Biedermeier motieven. Het gaat nu om de spreuken op deze lap die 60 x 55 cm groot is. Degene die me vorige week dit fotootje stuurde is de achter-achterkleinzoon van de maakster. Hij vroeg zich af of de lap misschien geborduurd was ter gelegenheid van haar 20-jarig huwelijk?

De lap is gemaakt door Anna Elisabeth van der Veen. Zij trouwde op 20-jarige leeftijd in 1843 met Karst Jacobs Zwarteveen. Anna Elisabeth is geboren in Wolvega en was bij haar trouwen naaister van beroep. Karst was molenaar op de molen die nu nog in de Lindevallei nabij Wolvega staat. Bovendien was hij visser en ganzenflapper. Op de merklap staan de initialen van beide huwelijkspartners en het jaartal 1863. Verder borduurde Anna:

De liefde ligt krank
Het krediet vermindert

De goedaardigheid zit gevangen
De vroomheid heeft zich verstoken

Het geweten hangt aan de wand
De waarheid ligt reeds lang begraven

De gerechtigheid kan de weg niet vinden
Het geloof is aanmerkelijk veranderd

De deugd loopt bedelende
De helper niet thuis

De oprechtheid slaapt
De redelijkheid is uit de wereld gereisd

Deze spreuken hebben niet veel te maken met het vieren van een 20-jarig huwelijk, tenzij het een slecht huwelijk was! Bovendien heb ik die spreuken eerder gezien, op een andere merklap. Het is meer een klaagzang op de toestand in de wereld van dat moment.

Er is weinig bekend van Anna’s huwelijk. Wel is bekend dat zij droevig aan haar einde is gekomen. In de familie worden de geschreven herinneringen van een oom bewaard. Daarin staat: Door een tragisch ongeval is overgrootmoeder Anna om het leven gekomen. Het was winter toen zij met haar man op weg ging naar hun dochter die in Wolvega woonde. Een kennis bood hen een lift aan met zijn paard-en-wagen. Er werd op de Linde geschaatst. Door een geluid van een schaatser schrok het paard en sloeg op hol. Anna viel van de wagen en heeft daarbij haar nek gebroken. Het was 5 februari 1882 en Anna was 59 jaar oud.

Wie kent deze spreuken, wat is hiervan de oorsprong?

Gepost in Geen categorie | Getagged | Plaats een reactie

De rustende jager in de tobbe

Niks geen R.T., ik zat in de vakantie elke morgen heerlijk in de schaduw op een Grieks balkonnetje met een ander project, namelijk de Rustende jager. Deze naam heb ik zelf bedacht voor dit lapje. Het origineel dook in november 2007 op bij veilinghuis Ald Fryslân in IJlst. Op de lap staat in grote letters: OLDEBOORN ANNO 1852. In overleg met het bestuur van Aldheidskeamer Uldrik Bottema in Aldeboarn is het aangekocht. Sinds 2008 hangt het daar in de permanente tentoonstelling.

de rustende jager na de wasbeurt

Toen ik het lapje uit de lijst haalde, was het vreselijk vies. De spinnewebben hingen er in, om zo te zeggen. Er zat een soort bruine plaklaag over de stof. Het lapje is met wol geborduurd en die was plaatselijk door de motten opgegeten. Daarom vroeg ik Gieneke om advies hoe ik het kon reinigen. Eerst moet je met een vochtig wattenstaafje over elke afzonderlijke kleur wrijven om te zien of hij afgeeft. Niet alleen de donkere kleuren, ook sommige lichte kleuren groen en geel kunnen afgeven! Daarna moet je de lap op een stuk vitrage vastspelden. Vervolgens kun je de lap horizontaal in een bak met water en een beetje wasmiddel laten weken. Het wasmiddel zorgt ervoor dat het water het vuil kan oplossen. Houd handdoeken en een bak schoon water bij de hand. Mocht er toch een kleur uit gaan lopen, dan meteen het werk eruit tillen en spoelen in de bak met schoon water. Probeer met de handdoeken het water er uit te drukken.

de rustende jager in DMCGelukkig was er niet één kleur die uitliep. Ik heb een scan gemaakt van het borduurwerk. Het is namelijk net iets kleiner dan een A4. Ik wilde er graag een telpatroon van maken, maar dat was niet makkelijk. De maakster, S.C., heeft namelijk niet alle kruisjes op dezelfde hoogte gezet. Bovendien is het wollen garen op sommige plaatsen nogal gemêleerd. Het is dus moeilijk om er de goede kleur DMC bij te vinden, het materiaal dat ik gebruik. Het lukte me niet om de scan via een borduurprogramma om te zetten in een patroon. Ik ben daar eerlijk gezegd ook niet zo handig in. Uiteindelijk heb ik besloten de lap na te borduren vanaf de kleurenafdruk die ik van de scan heb gemaakt. Het resultaat wordt wel heel anders dan het origineel. Daar heb ik me nu maar bij neergelegd. Door deze oefening heb ik wel heel veel bewondering gekregen voor het geduld en doorzettingsvermogen van de vrouwen en mannen die telpatronen van oude merklappen samenstellen. Het is echt monnikkenwerk!

In mijn volgende blog vertel ik hoe ik de maakster S.C. heb kunnen vinden.

Gepost in Geen categorie | Getagged , , , , , | 1 Reactie

Een andere stoplap uit Harlingen

Martha zal in haar vakantie nog wel eens nadenken over de onbekende RT. Ik had de gegevens over de stoplap in mijn vakantiebagage naar Zeeland.  Veel verder zijn we nog niet gekomen. Jeanine  keek nog beter naar het briefje en zag dat er in de weergave een woord ontbrak. Er staat namelijk:  11 julij deen gekregen in ’t jaar 1740. Dat betekent dat de 17jarige Sijke haar merklap in 1740 ‘gedaan gekregen’ heeft, dus voltooid heeft. Het jaartal 1732 op de lap zou kunnen betekenen dat ze er in dat jaar aan begon, toen ze 9 jaar oud was. Ze heeft er misschien met tussenpozen aan gewerkt, want het maken van een stoplap is echt een kwestie van doorzetten.

Er kan ook een andere verklaring zijn. Jeanine opperde dat 1732 wellicht haar geboortejaar was. Maar dat klopt dan niet met haar 17 jaren. Had ze zich vergist en zou er 1723 moeten staan? Ik ken in de collectie geen merk- of stoplappen waar uitsluitend een geboortedatum op staat. Kortom, nog steeds veel vragen!

In het Fries Museum zijn twee stoplappen met een vergelijkbare ster in het midden.  Dit is de ene, helemaal zonder initialen of jaartal, uit de verzameling van Nanne Ottema.  

Er zit ook zo’n mooie zwart met witte ‘stoelemattede’ stop in.  Ondanks het ontbreken van initialen of herkomstgegevens denk ik toch dat deze ook in Harlingen is gemaakt. Het randje rondom heb ik namelijk op diverse lappen uit die stad aangetroffen. En wat datering betreft: Dat zal omstreeks  1800 zijn. In die tijd begon men met experimenteren met andere, niet-plantaardige, verfstoffen. Diverse kleuren zoals zwart en blauw zijn uitgelopen, doordat de lap nietsvermoedend  is gewassen. Negentiende-eeuwse merklappen zijn veel minder wasecht dan achttiende-eeuwse exemplaren. Nooit zomaar in een sopje stoppen!

Gepost in Geen categorie | Getagged , , , , | Plaats een reactie

Van Hieke Broers naar R.T.

De lap van R.T. uit dezelfde schenking waarin de lap van Hieke Broers zat, intrigeert me. Dat komt natuurlijk omdat er een raadsel achter zit. We weten namelijk (nog) niet wie hem geborduurd heeft. Bovendien ziet de lap er anders uit dan veel andere lappen. Hij is nog niet af, wat ook m’n nieuwsgierigheid prikkelt. Welke motieven zou R.T. nog hebben willen toevoegen? Een opvallende kleur in deze lap is rood, en tamelijk veel groen. Dat zijn kleuren die je veel in de Zuidwesthoek van Friesland aantreft. Ook opvallend zijn de motieven: een meisje met gestreepte jurk (was het de bedoeling dat ze nog een springtouw in handen zou krijgen?). Verder natuurlijk het grote vierkant in het midden en de twee ‘schaakborden’ onderaan de lap. Helaas ontbreekt een jaartal.

Ik heb Gieneke gevraagd wat haar idee bij deze lap is: “Zuidwesthoek denk ik niet, gezien het formaat, bovendien zijn er toch aardig wat kleuren in gebruikt. De R.T. is wel origineel en m.i. is de lap 18de-eeuws, na 1730 ongeveer.” Gieneke komt tot deze conclusie omdat de lap een liggend formaat heeft. In de Zuidwesthoek had men een voorkeur voor een staand formaat. De datering is gebaseerd op het feit dat na ca. 1730 de lappen smaller werden, namelijk ca. 50 cm. en kleiner, terwijl de oudere lappen groter dan 1 el zijn.

Tot nu toe ben ik RT niet tegengekomen bij het uitpluizen van de kwartierstaat van de schenkster. Omdat zij voor zover ik weet nog leeft, kan ik haar persoonsgegevens niet op internet prijsgeven. Het ligt het meest voor de hand om R.T. te zoeken in de familie van haar vader, omdat de twee andere lappen ook via die kant van de familie vererfd zijn. We hebben het dan over de voorouders van Aaltje Wytzes de Boer, in 1878 in Doniawerstal trouwt met Melle Bakker. Aaltje is in 1855 geboren als dochter van Wytze Nannes de Boer en Luutske Hessels de Boer.

Misschien heeft een lezer van deze blog de oplossing? R.T. heeft haar initialen ook linksboven geborduurd achter de derde rij met het alfabet in ster- en platsteek. Daarboven staan nog twee letters. Na lang turen ben ik tot de conclusie gekomen dat dit ook een gotische r en een t moeten zijn.

twee keer de initialen RT

de initialen b.c.

Er staan ook nog twee gotische initialen onder de linker vaas met bloemen, volgens mij een b en een c. Waren dit de initialen van RT’s moeder, die misschien Baukje Cornelis heette?

Het zou mooi zijn als we te weten komen wie de lap geborduurd heeft en vooral waar. Ik hoop nog altijd op de vondst van een lap uit de Zevenwouden, het gebied in de zuidoosthoek van Friesland. Er zijn namelijk helemaal geen merklappen uit deze streek bewaard gebleven. Ik ben heel benieuwd hoe die eruit gezien hebben!

Gepost in Geen categorie | Getagged , , , , , | 2 Reacties

De stoplap van Sijke van der Sluis uit 1732

Bij terugkomst van een korte fietsvakantie zat er een bijzondere puzzel in mijn mailbox. Jeanine Otten van het Hannemahuis in Harlingen was zo vriendelijk deze door te sturen, omdat we met dit project bezig zijn. Het gaat over een 18de-eeuwse stoplap uit Harlingen in particulier bezit. Omdat textiel in die tijd kostbaar was, moesten meisjes leren stoppen om gaten in kleding zo onzichtbaar mogelijk te herstellen.  Op deze ingelijste stoplap zijn negen flinke stoppen te zien, met een stervormige stop in het midden. De stoppen in de hoeken en in het midden zijn gemaakt in een variatie van keperbinding, waarbij schuine en zigzaglijnen het kenmerk zijn. De stoppen ertussen zijn in linnenbinding, één draad op één draad neer. Daar kunnen ogenschijnlijk ingewikkelde weefsels mee gemaakt worden, zoals de blauwwitte stop rechts. Het is een ‘schijnpatroon’ dat alleen door slim wisselen van kleur ontstaat. In Hindeloopen stond dat patroon bekend ‘stoelemattede’. Het lijkt inderdaad op een vlechtwerk van singelband, dat vroeger onder beklede stoelzittingen werd verwerkt.   

Tussen de stoppen staan vier kroontjes, letters en cijfers: anno 1732 en de initialen ID, DP, HP, SB, PI, IP, BP, TP, HP en FP. De eigenaar is op zoek naar de mensen achter de initialen. Op drie na, SB, IP en PI, zouden deze te plaatsen zijn in de Harlinger doopsgezinde familie Dreijer, voorouders van de huidige eigenaar. Doet u mee met de zoektocht naar de mogelijke oplossing van deze puzzel?

Bij de stoplap is echter een briefje bewaard dat zegt: Deze stoplap is gemaakt door Sijke van der Sluis, oud 17 jaar, den 11 julij gekregen in ’t jaar 1740, gemaakt bij Aletta Ferwerda tot Harlingen.

Maar … waar staan de initialen van Sijke op deze stoplap? Die zou zij als maakster toch duidelijk herkenbaar geborduurd moeten hebben? De enige S staat in de initialen SB. Is de B een patroniem, dus de naam van haar vader? En wat heeft Sijke van der Sluis met de familie Dreijer te maken?

Wat ik heel interessant vind is de vermelding dat Sijke de stoplap heeft gemaakt bij Aletta Ferwerda. Er is volgens de genealogische site van Tresoar maar één Aletta Ferwerda die dat zou kunnen zijn. Namelijk de Aletta Ferwerda die in 1742 trouwde met Jacobus Tjallingii, sinds 1733 advocaat voor het Hof van Friesland. Voor haar huwelijk gaf Aletta kennelijk handwerkles aan meisjes uit de gegoede stand. Want dat vermoed ik wel, dat Sijke’s ouders redelijk welgesteld waren.

Gepost in Geen categorie | Getagged , , , , | 2 Reacties

Pingjumer achternamen

De drie lappen van Gienekes vorige blog vormen weer een mooie genealogische uitdaging. De lap uit 1854 is duidelijk thuis te brengen, de namen van de overgrootouders van de schenkster staan er voluit op vermeld. Ook de laatste lap is duidelijk, AH en TH zullen inderdaad de initialen zijn van de dochters van Hieke Broers en Hessel Lieuwes. Antje Hessels is geboren in 1808 en Trijntje in 1807. Ze waren dus in 1822 al 14 en 15 jaar, een wat oudere leeftijd dan we gemiddeld zien bij merklappenborduursters. Uitzonderingen bevestigen nu eenmaal de regel. De tweede lap, gesigneerd RT, heb ik helaas nog niet thuis kunnen brengen. Ik blijf speuren!

Bij Tresoar zijn we druk bezig met Fryslan 1811, de herdenking van 200 jaar naamsaanneming en 200 jaar Burgerlijke Stand. Daarom in deze blog aandacht voor de achternamen die Hieke Broers en Hessel Lieuwes hebben gekozen. Het verhaal is bekend: nadat ons land in 1810 bij het Franse keizerrijk was ingelijfd, werden alle inwoners verplicht een achternaam te kiezen. Meestal gebeurde dat door de gezinshoofden. Getrouwde vrouwen deden over het algemeen niet zelfstandig aangifte, tenzij hun man al overleden was en zij dus gezinshoofd waren geworden.

In Pingjum waren in totaal 103 personen die een familienaam aannamen. Het is leuk om de verschillende namen bij langs te gaan. Ga naar Familienamen 1811 in het snelmenu en typ Pingjum in het eerste zoekscherm en Arum voor de mairie.

Zo komen we ook Hessel Lieuwes tegen, die voor De Boer koos. Een eigenaardige keuze, wanneer we hem door de burgerlijke stand volgen. Hij was namelijk zijn hele leven turfschipper van beroep, tot zijn dood op 75-jarige leeftijd in 1850.

Onze Hieke Broers heet na 1811 ‘Kooistra’. Als getrouwde vrouw is zij niet te vinden in het Register van Naamsaanneming. Haar vader Broer Johannes was al in 1808 overleden en heeft nooit een achternaam gehad. Hieke had een zus Hinke en een broer Johannes, die ook na 1811 terug te vinden zijn met de naam Kooistra. Hinke heeft als vrouw geen aangifte gedaan, Johannes Broers als enige van het gezin wel:

Familienamen als Kooistra, Kooyenga en Van der Kooi zijn in de regel te herleiden op het beroep van kooiker, iemand die eenden ving in een eendenkooi. Ik heb eendenkooi-deskundige Gerard Mast gevraagd of hij meer informatie over deze familie heeft. Hij vertelde me dat er in Pingjum geen eendenkooi bekend is. En ook niet in Zurich en Wijnaldum, de plaatsen waar Hiekes vader en grootvader vandaan kwamen. Waarom hebben Hieke en haar broer en zus dan toch voor deze familienaam gekozen? Wie heeft hier meer informatie over?

Gepost in Geen categorie | Getagged , , , , , , | 2 Reacties